Wetten en regels

De geschiedenis van de pedagogiekopleidingen laat een ontwikkeling zien van MO-A en MO-B opleidingen naar respectievelijk bachelor- en masteropleidingen. Die ontwikkeling heeft te maken met allerlei veranderingen in de wetgeving met betrekking tot het middelbaar en hoger onderwijs. De volgende fasen zijn te onderscheiden:

  • De opleidingen MO-A Pedagogiek en MO-B Pedagogiek, met doorgaans de differentiaties Onder­wijspedagogiek, Orthopedagogiek en Sociale Pedagogiek, startten vanaf 1925 op diverse plaatsen in Ne­derland. Ze stonden onder toezicht van de VBSP (Vereniging tot Bevordering van de Studie der Pe­dagogiek) en deze vereniging reikte ook de diploma's uit. Klik voor meer historische notities op deze link.
  • Deze pedagogiekopleidingen kwamen in 1963/1968 onder de Wet op het Voortgezet Onderwijs (de Mammoetwet) en in 1986 onder de HBO-wet (de wet die de namen ‘hogeschool' en ‘hbo' introduceerde). Ze waren doorgaans rijksbekostigd.
  • Met de opeenvolgende versies van deze wet, sinds 1992, kwamen de opleidingen onder de WHW (Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek).
  • Sinds de Bologna-overeenkomst van 1999 is een accreditatiestelsel tot stand gekomen waaraan alle bekostigde en niet-bekostigde opleidingen voor hoger onderwijs onderworpen zijn. Sinds 2003 vinden deze visitaties/accreditaties plaats.

Uiteraard zijn de opleidingen MO-B Pedagogiek, de HKP en de masteropleiding pedagogiek, met de drie bovengenoemde afstudeerrichtingen, in de loop van 85 jaar voortdurend in verandering geble­ven, met inbegrip van de opwaardering van de wettelijke contexten: van de Lager Onderwijs Wet, via de Mammoetwet, naar de HBO-wet en uiteindelijk de WHW. Voor de continuïteit heeft behalve het ministerie ook de VBSP steeds zorg gedragen.

MO-A Pedagogiek, MO-B Pedagogiek en HKP (Hogere Kaderopleiding Pedagogiek) zijn hogeschool­opleidingen. De huidige bachelor- en masteropleidingen pedagogiek verschillen uiteraard wel van de toenmalige. Het is wettelijk aan de examencommissies van de huidige opleidingen voorbehou­den om 'oude' diploma's gelijk te stellen aan de nieuwe, al dan niet onder actualiseringsvoorwaar­den.

De voormalige Hogere Kaderopleiding Pedagogiek leidde, zoals de naam al doet vermoeden, op voor staffuncties in de pedagogische sector. Hierbij valt te denken aan functies binnen zorginstel­lingen en onderwijsinstellingen. Bij die laatste instellingen gaat het niet om lesgevende taken, om­dat het diploma HKP geen lesbevoegdheid geeft.

De beroepsdifferentiatie 'lerarenvariant' van de opleidingen in de sectoren Hoger Pedagogisch Onderwijs (HPO) en Hoger Sociaal-Agogisch Onderwijs (HSAO) verleent een tweedegraadsbevoegdheid voor de vakken: pedagogiek, agogie(k), psychologie, onderwijskunde en algemene didactiek (aldus het Besluit onderwijsbevoegdheden W.V.O./O.W.V.O. 30 augustus 1985, Stb. 506, Bijlage Onderdeel II, 27; Algemeen Verbindend Voorschrift, Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O., 11 februari 1985). Op grond van deze bevoegdheid kan tevens onderwijs worden gegeven in onderdelen van deze vakken. Het vak verzorging wordt beschouwd als onderdeel van het vak agogiek.